Parochie van de Heilige Damiaan de Veuster
Sint Lucia - Sint Trudo - De Goddelijke Voorzienigheid

Verdriet kijkt achterom, zorgen kijken om zich heen, geloof kijkt naar boven!

28 april 2016 - 28 april 2017: God dank mogen wij geloven in het (eeuwig) leven!
God dank, want het leven is een gave, geloof kijkt juist daarom naar boven.

Deken John van de Laar uit Helmond raakte zwaargewond bij een auto-ongeluk. Zijn vriend overleed aan de gevolgen hiervan. Het geloof heeft geen deuk opgelopen. Integendeel.

Door Hans van de Ven

Ze waren al 31 jaar vrienden, John van de Laar en Stuart Allen. Vanaf het moment dar ze beiden begonnen aan de priesteropleiding bij de missionarissen van Mill Hill in Londen. Stuart (52) was hulpbehoevend. Hij zat in rolstoel door Parkinsonisme. Van de Laar (51), priester van de St.Luciakerk en deken in Helmond, ging regelmatig met hem op pad. Zo ook in april. De twee bezochten de abdij in het Belgische Tongerlo. Op de terugweg ging het gruwelijk mis.

„We reden we op een rustige weg. Ik zat achter het stuur”, begint Van de Laar thuis in de pastorie in Mierlo-Hout zijn verhaal. „Een vrachtwagenchauffeur die van de andere kant afkwam, draaide af en heeft ons niet gezien.” Er volgde een zware botsing. „Ik ben een fractie weg geweest, maar heb daarna alles bewust meegemaakt. Weet nog dat de brandweer kwam, iets over ons heen legde en zei dat ze ons ging bevrijden. Stuart verkeerde in een zware shock. Zo zwaar dat hij niks heeft gemerkt.”

De priesters kwamen samen op de intensive care van het ziekenhuis in Geel te liggen. „Mijn linkerbekken, zeven ribben en het borstbeen waren gebroken. En ik had een klaplong. Daarom lag ik twee weken aan de zuurstof. Ik heb geen paniek gekend, geen angst, geen wanhoop. De pijn kwam pas op de operatietafel. Heeft met de adrenaline te maken.”

Zijn vriend was er slechter aan toe „Stuart werd geopereerd aan zijn darmen. Die hadden door de riem een enorme klap gekregen. Het was al snel duidelijk dat het niet goed ging met hem. Op 2 mei (vier dagen na het ongeval) kwam het pastorale team van het ziekenhuis bij mij. Stuart ging het niet halen. Ik wilde zelf de laatste sacramenten toedienen bij mijn vriend. Dat was mijn afscheid.”]

Van de Laar kon nog niet opstaan. „Mijn bed werd naar het zijne gerold. Ik heb zijn linkerhand kunnen zalven. Het aanwezige ziekenhuispersoneel was geroerd. Stuart reageerde nog op stemmen. Hij was niet meer bij kennis. Om tien uur heb ik hem bediend, om half elf overleed hij.”

Van de Laar laat een grote kaart zien. Gekocht één dag voor het ongeval, toen nog niet wetende hoeveel houvast de tekst hem zou bieden: ‘Verdriet kijkt achterom, zorgen kijken om zich heen, geloof kijkt naar boven.’

Dat geloof gaf hem in al zijn verdriet kracht. „Ze zeggen soms ‘als het leven lijden wordt, komt de dood als een verlossing’. Wie ben ik om dat over Stuart te zeggen. Maar het zou wel voor hem kúnnen gelden.” Een verpleger stelde Van de Laar dé vraag waar hij zelf als zielenherder vaak mee te maken heeft: ‘Heeft uw geloof niet een enorme knauw gekregen?’ „In tegendeel, het is alleen maar sterker geworden, antwoordde ik. Nuchter bekeken is dit niet te doen. Soms moet je het niet nuchter bekijken maar je hart volgen. Dan volg je het geloof. En ze zijn niet zo ver weg, de mensen die ons ontvielen.”

Van de Laar kon op 10 mei niet bij de begrafenis van zijn vriend in Waalwijk zijn. De deken werd die dag zelf overgebracht naar Bernhoven. „Mijn ouders, twee broers en twee zussen wonen allen in het dorp Zeeland”, verklaart hij de keuze voor het Udense ziekenhuis. Daar kwam nog ander letsel aan het licht: „Toen ik voor het eerst opstond uit bed, deed dat enorm veel pijn. Beide hakken bleken gebroken. De rechter kon zonder operatie genezen, in de linker zijn pinnen gezet.” Dat was geen pretje: „De dokter zei dat het 24 uur veel pijn zou doen. Dat klopte. het ware helse pijnen. Ik heb die nacht geen oog dicht gedaan, veel tv gekeken. Maar na 24 uur was het ook over. Heel typisch.”

Van de Laar was blij dat de politie hem al snel vertelde dat hij geen schuld had aan het ongeval. „Een hele geruststelling.” Van de truckchauffeur, die ongedeerd bleef, heeft hij niets meer gehoord. „Dat is een keuze die je moet respecteren. Iedereen gaat er anders mee om. Het zal voor de chauffeur ook heel zwaar zijn. Een zwager van mij heeft nog gebeld naar het transportbedrijf. Hij vond het niet correct dat er na drie weken nog geen enkele reactie was gekomen. Ze hebben naar hem toe daarna wel iets laten weten. Wat precies, dat weet ik niet.”

Na 33 dagen ziekenhuisbed mocht de deken naar het zorghotel, naast Bernhoven. Daar werkte hij verder aan zijn herstel. En merkte dat uit het oog niet uit het hart betekent: „Ik kreeg veel bezoek. Op de topdag waren er 21 mensen. Er kwamen zelfs twee studenten van Mill Hill die later gestopt zijn en getrouwd. Hen had ik 29 jaar niet gezien. Daarnaast ontving ik veel mailtjes en 452 kaarten. Het merendeel uit de parochie. Ik voelde me de hele tijd gedragen door engelen en door engelen van mensen. Er waren geen dagen dat ik het niet meer zag zitten.”

Hij heeft veel tijd gehad om na te denken. „Daarbij gingen mijn gedachten vaak naar de mensen die zijn overleden. Met name de jonge mensen. In mijn parochie waren dat er afgelopen jaar drie. We denken vaak dat we dingen in de hand hebben. Maar dingen gebeuren, het overkomt ons. Als je dat beseft, krijg je daar kracht door. Het is niet zo dat de lieveheer een vrachtwagen op ons heeft af gestuurd.”

Op 4 augustus was Van de Laar voor het eerst terug in Mierlo- Hout. „Een dag later kon ik niets meer, was stokstijf. Het weekend daarna deed ik weer de diensten. Ik ben voor bij de kerk gaan staan om mensen op te wachten en ze de hand te schudden, wilde zo een drempel wegnemen. Toen ik zondag opkwam, klonk er applaus. Dat was hartverwarmend.”

Hij loopt nog wat moeilijk, vanwege de bekkenbreuk. Door fysiotherapie, veel trappen lopen en wandelen moet alles weer soepel worden. Van de Laar zal volledig herstellen. „Ik ben hier niet slechter uitgekomen. Het levert veel levenservaring op. Ik heb in mijn kwetsbaarheid ervaren hoe het is als mensen afhankelijk worden. Met een tillift moest ik uit bed worden gehaald. Dan hang je daar in zunne zak. Ik heb veel bewondering voor verplegend en verzorgend personeel. Mijn lichaam heeft een flinke optater gehad, mijn moreel is versterkt.”


© SiteTurn | Damiaan de Veuster