Parochie van de Heilige Damiaan de Veuster
Sint Lucia - Sint Trudo - De Goddelijke Voorzienigheid

Waardeer ieders bijdrage, want samen vormen wij één gemeenschap die door God bemind wordt

Overweging Carnaval 

Prins Frans d’n Urste van de Kwietkedieten was z’n bril kwiet, kwaait of kwijd. We liepen naar de kerk en Prins Frans liep naar de bank waar hij de laatste keer gezeten had. Daar vond hij z’n bril. Met deze glazen kan hij weer helder en goed lezen en zien.

Voor m’n preek kan ik dit voorval gebruiken want geloof kan zijn als brillenglazen om goed te kunnen zien.

Prins Wilbertus 1e van ’t Barrierke gebruikt ook glazen. Hij gebruikt ze voor wijn. Want zijn motto is: In vinum veritas!
De wijn die Jezus aanbiedt heeft ook een betekenis. Daarvan krijgen we in het evangelie een beschrijving. Het is de wijn van een nieuw Verbond, van verzoening en vrede. Zijn glas wordt geheven op de hoop van de waarheid.
Er is altijd hoop, er brandt nog licht; Prinses Jacqueline van de Brandeliers las het voor, om de naaste te beminnen als uzelf, zoals onze Heer dat heeft gedaan. En in het evangelie gaat Jezus nog een stap verder door de naaste te beminnen én ook uw vijanden.

Dat is een schot in de roos, waarmee Prins Anton 2e van de Kluppels Carnaval viert dit jaar. Een schot in de roos is gericht op de kern.
Waarachtig beminnen is de kern van wat Jezus heeft verkondigd. Beminnen van God, de naaste en jezelf. Het klinkt zo eenvoudig dat het op veler instemming kan rekenen. Maar het is niet altijd makkelijk.
Het evangelie mag ons voorbeelden aanreiken. Wanneer iemand wordt geslagen, vinden wij het rechtvaardig dat de ander een klap terug krijgt. Terugslaan geeft een goed gevoel. Het kan weliswaar de gewone manier van doen zijn, maar lost in wezen niets op; je wordt er niet echt gelukkig van. Het goed gevoel is van korte duur.
We hoeven niet ver te kijken om te beseffen dat de formule van oog om oog, tand om tand, een soort wapenwedloop doet ontstaan of een koude oorlog bewerkstelligt en mensen met grimmigheid laat zitten.

Een blijvend gevoel dat goed is, vertelt het verhaal van Mohamed El Bachiri in het boekje Een Jihad van Liefde. Hij is een Marokkaanse Belg, moslim en woont in Molenbeek. Hij is de man van Loubna Lafquiri, zijn grote liefde en moeder van zijn drie kinderen. Zij is op 22 maart 2016 om het leven is gekomen bij de aanslag in de metro in Brussel. Als er reden zou zijn tot haat, zou hij alle reden hebben. Maar hij zegt tegen zijn kinderen die kwaad zijn en wraak willen:
“we zijn allemaal broeders.” Zijn oudste merkt op: “Is iemand die zoiets doet ook een broeder?”
Ja, antwoordt hij, dat is ook een broeder, maar een broeder die een verkeerd pad heeft gekozen. Als mens blijft hij je broeder, ook al heeft hij het allerergste gedaan.
Als je wraak wilt nemen, iemand doodt of met geweld reageert, dan maak je dezelfde fout als hij. Dan verlaag je je tot zijn niveau. Jullie zijn beter dan dat.”
Zonder te verwarren met goedpraten van wat er gebeurt is, is dit een treffend voorbeeld, een schot in de roos van wat je vijand liefhebben betekent.

Soms is het goed wat afstand te nemen en te relativeren. Het helpt ons om alles in perspectief te zien. Dit brengt ons terug bij Carnaval. Het narrenfeest om te weten dat we broeders zijn, zusters van mekaar. We leggen een hand op elkanders schouder, we lopen een rondje met mekaar. Een schot in de roos, want in de kern ligt altijd het hart van de mens. Elkanders hart van medeleven in lief en leed heeft ieder nodig op z’n tijd, gedurende het hele jaar.


© SiteTurn | Damiaan de Veuster